Benodigde kabeldikte berekenen (DC-systeem)
Bereken de minimale draaddoorsnede voor een DC-systeem uit de stroom, de enkele kabellengte en de spanningsval die je toelaat. De retourgeleider is meegerekend.
Rekenmachine
Voor 10,0 A over 5,0 m Koper bij maximaal 3,0% val heb je minstens 4,86 mm² nodig — kies een standaardkabel van 6,00 mm².
De heen- én retourgeleider zijn meegerekend (factor 2). Dit geldt voor laagspannings-DC-systemen; voor vaste 230 V-installaties geldt NEN 1010 — raadpleeg een erkend installateur.Een te dunne kabel in een laagspannings-DC-systeem (12, 24 of 48 V) zorgt voor spanningsval: een deel van je voedingsspanning gaat verloren in de draad zelf, en die energie wordt warmte. Bij gevoelige belastingen — een omvormer, een pomp, ledverlichting — kan dat tot onderspanning, slecht functioneren of zelfs gevaar leiden. Deze calculator berekent de minimale draaddoorsnede die nodig is om de spanningsval onder een door jou gekozen grens te houden.
De berekening gaat uit van de soortelijke weerstand van het geleidermateriaal, de enkele kabellengte (de afstand naar de belasting) en de stroom. De heen- én terugleiding worden automatisch meegerekend, want de stroom legt de afstand twee keer af. Bij lage spanningen telt elke tiende volt: hetzelfde verlies van 0,4 V is op 12 V veel ernstiger (ruim 3%) dan op 230 V.
Welke spanningsval kies je?
Een veelgebruikte vuistregel is maximaal 3% voor voedingsleidingen en 5% voor verlichting. Voor lange kabels naar een omvormer of accu houd je het liefst nog krapper. Hoe lager de toegestane val, hoe dikker de kabel — en hoe kleiner het energieverlies.
De formule
A = (2 · ρ · L · I) / ΔU (benodigde doorsnede, mm²)\nΔU = systeemspanning · maxval% / 100 (toegestane val, V)
- A — kerndoorsnede (mm²)
- ρ — soortelijke weerstand (Ω·mm²/m)
- L — enkele kabellengte (m)
- I — stroom (A)
- ΔU — toegestane spanningsval (V)
- 2 × — heen- en retourgeleider
Uitgewerkt voorbeeld
Een 12 V-pomp trekt 10 A, op 5 m afstand, koper, maximaal 3% val.
ΔU = 12 · 3 / 100 = 0,36 V. A = (2 · 0,0175 · 5 · 10) / 0,36 = 1,75 / 0,36 ≈ 4,86 mm². De dichtstbijzijnde standaardmaat erboven is 6 mm². Een 2,5 mm²-kabel zou hier ruim onvoldoende zijn en flink warm worden.
Het « waarom » & de praktijk
De berekening borgt de spanningsval, niet de thermische belastbaarheid van de kabel. Bij hoge stromen of opgerolde kabels controleer je daarnaast altijd of de gekozen doorsnede de stroom überhaupt veilig kan dragen; daarvoor is er de referentie voor draaddikte en zekering. Aluminium heeft een hogere soortelijke weerstand dan koper en vereist dus een grotere doorsnede voor dezelfde val.
Wil je achteraf controleren hoeveel val een gekozen kabel werkelijk geeft, gebruik dan de spanningsval-calculator. Voor het omrekenen tussen Amerikaanse AWG-maten en mm² is er de AWG ↔ mm²-tool. Belangrijk: dit alles geldt voor laagspannings-DC-hobbysystemen. Voor vaste 230 V-installaties geldt NEN 1010 — raadpleeg een erkend installateur.
Referentietabel
| AWG | Diameter | Doorsnede | Richtwaarde stroom * |
|---|---|---|---|
| 4 | 5,19 mm | 21,151 mm² | 135 A |
| 6 | 4,12 mm | 13,302 mm² | 101 A |
| 8 | 3,26 mm | 8,366 mm² | 73 A |
| 10 | 2,59 mm | 5,261 mm² | 55 A |
| 12 | 2,05 mm | 3,309 mm² | 41 A |
| 14 | 1,63 mm | 2,081 mm² | 32 A |
| 16 | 1,29 mm | 1,309 mm² | 22 A |
| 18 | 1,02 mm | 0,823 mm² | 16 A |
| 20 | 0,81 mm | 0,518 mm² | 11 A |
| 22 | 0,64 mm | 0,326 mm² | 7,0 A |
| 24 | 0,51 mm | 0,205 mm² | 3,5 A |
| 26 | 0,40 mm | 0,129 mm² | 2,2 A |
| 28 | 0,32 mm | 0,081 mm² | 1,4 A |