Wet van Ohm & vermogenswiel berekenen
Vul precies twee grootheden in (spanning, stroom, weerstand of vermogen) en de calculator leidt de andere twee af via U = I·R en het vermogenswiel.
Rekenmachine
Resultaat: U = 12,0 V, I = 2,00 A, R = 6,00 Ω, P = 24,0 W.
De wet van Ohm is het fundament van alle elektronica: de stroom door een weerstand is recht evenredig met de spanning erover en omgekeerd evenredig met de weerstandswaarde. In formulevorm: U = I · R. Ken je twee van de drie grootheden, dan ligt de derde vast. Combineer je dat met de definitie van elektrisch vermogen, P = U · I, dan ontstaat het zogenoemde vermogenswiel: uit elke twee grootheden (spanning, stroom, weerstand of vermogen) volgen de andere twee.
Deze calculator doet precies dat. Je vult twee bekende waarden in — bijvoorbeeld de spanning van je voeding en de weerstandswaarde — en de tool berekent stroom én vermogen. Dat is handig om snel te controleren of een weerstand het vermogen aankan, hoeveel stroom een belasting trekt, of welke weerstand je nodig hebt voor een gewenste stroom. Alles berust op natuurkunde: er is geen database, geen productlijst en geen onderhoud nodig.
De vier grootheden
- Spanning (U) in volt — het "duwtje" dat ladingen voortbeweegt.
- Stroom (I) in ampère — de hoeveelheid lading die per seconde stroomt.
- Weerstand (R) in ohm — hoe sterk het component de stroom tegenwerkt.
- Vermogen (P) in watt — de omgezette energie per seconde (warmte in een weerstand).
De formule
U = I · R (wet van Ohm)\nP = U · I = I²·R = U²/R (vermogenswiel)
- U — spanning (V)
- I — stroom (A)
- R — weerstand (Ω)
- P — vermogen (W)
Uit elke twee grootheden zijn de andere twee af te leiden. Bijvoorbeeld: ken je P en R, dan is U = √(P·R) en I = √(P/R).
Uitgewerkt voorbeeld
Een ledstripje van 12 V trekt 2 A. Wat is de weerstand en het vermogen?
R = U / I = 12 / 2 = 6 Ω. P = U · I = 12 · 2 = 24 W. Een weerstand op deze plek moet dus minstens 24 W kunnen dissiperen — in de praktijk kies je ruim, bijvoorbeeld een 50 W-exemplaar met koeling.
Het « waarom » & de praktijk
De wet van Ohm geldt strikt voor ohmse (lineaire) componenten: gewone weerstanden, gloeidraden bij constante temperatuur, draad. Halfgeleiders zoals dioden en transistors zijn niet ohms — hun stroom-spanningskarakteristiek is gekromd, dus daar gebruik je de wet van Ohm alleen lokaal of helemaal niet. Voor een LED gebruik je daarom de voorschakelweerstand-calculator, niet rechtstreeks U = I·R op de LED zelf.
Let bij vermogen goed op de belastbaarheid van je weerstand. Een ¼ W-weerstandje dat 1 W moet verstoken, wordt gloeiend heet en gaat stuk. Reken het dissipatievermogen altijd uit (P = I²·R) en kies een type met ruime marge — minstens tweemaal de berekende waarde is een goede vuistregel. Voor wisselstroom met spoelen of condensatoren vervang je R door de impedantie; zie de reactantie-tools.