Transformator: wikkelverhouding, spanning en stroom

Bereken de secundaire spanning en stroom van een transformator uit de wikkelverhouding. Voor een ideale trafo geldt Np/Ns = Vp/Vs = Is/Ip.

Rekenmachine

V
Ingangsspanning
win.
win.
A
Stroom door de primaire
Secundaire spanning Vs12,0 V
Wikkelverhouding (Np:Ns)19,23:1
Secundaire stroom Is19,2 A
Vermogen (ideaal)230 W

Bij 230 V primair en 1.000/52 windingen is de secundaire spanning 12,0 V en de secundaire stroom 19,2 A. De trafo verlaagt (omlaag-trafo) de spanning.

Een transformator koppelt twee spoelen via een gemeenschappelijke ijzeren kern. Een wisselende stroom in de primaire wikkeling wekt een wisselend magnetisch veld op, dat in de secundaire wikkeling een spanning induceert. De verhouding tussen de spanningen is precies gelijk aan de verhouding tussen het aantal windingen: Vp/Vs = Np/Ns. Meer windingen aan de secundaire zijde geven een hogere spanning (omhoog-trafo), minder windingen een lagere spanning (omlaag-trafo).

Voor de stroom geldt het omgekeerde. Omdat een ideale transformator geen vermogen verbruikt, moet het primaire vermogen gelijk zijn aan het secundaire: Vp·Ip = Vs·Is. Een trafo die de spanning halveert, verdubbelt dus de beschikbare stroom (en omgekeerd). Deze calculator rekent de secundaire spanning, de secundaire stroom, de wikkelverhouding en het overgedragen vermogen uit — allemaal op basis van vaste natuurkunde, dus onderhoudsvrij.

Omhoog of omlaag?

Is Np groter dan Ns, dan daalt de spanning en stijgt de stroom (een typische voedingstrafo van 230 V naar bijvoorbeeld 12 V). Is Ns groter, dan stijgt de spanning. Zijn ze gelijk, dan krijg je een scheidingstransformator: dezelfde spanning, maar galvanisch gescheiden van het net.

De formule

Vp / Vs = Np / Ns = Is / Ip      (ideale trafo)\nVs = Vp · Ns / Np\nIs = Ip · Np / Ns\nVp · Ip = Vs · Is               (vermogen blijft gelijk)
  • Vp, Vs — primaire en secundaire spanning (V)
  • Np, Ns — aantal windingen primair / secundair
  • Ip, Is — primaire en secundaire stroom (A)

De wikkelverhouding Np:Ns bepaalt alles. Een verhouding van 2:1 halveert de spanning en verdubbelt de stroom.

Uitgewerkt voorbeeld

Een nettrafo: Vp = 230 V, Np = 1000 windingen, Ns = 52 windingen, primaire stroom Ip = 1 A.

Vs = 230 · 52/1000 = 11,96 V — dus bijna 12 V. De wikkelverhouding is 1000/52 ≈ 19,2:1. De secundaire stroom is Is = 1 · 1000/52 ≈ 19,2 A, en het (ideale) vermogen is 230 · 1 = 230 W, dat aan beide zijden gelijk blijft.

Het « waarom » & de praktijk

Deze calculator gaat uit van een ideale transformator zonder verliezen. In werkelijkheid is er altijd verlies door de weerstand van het koperdraad (kopperverlies), door wervelstromen en hysterese in de kern (ijzerverlies) en door lekflux. De werkelijke secundaire spanning ligt daardoor iets lager dan de berekende, zeker onder belasting, en het rendement is typisch 85–98 %. Reken de berekende waarden dus als bovengrens en houd marge aan.

Veiligheidswaarschuwing: de netspanning van 230 V is levensgevaarlijk. Werk nooit aan een transformator die op het net is aangesloten zonder de juiste kennis, isolatie en beveiliging. Een scheidingstransformator, een aardlekschakelaar en een correct gedimensioneerde zekering zijn essentieel. Twijfel je, laat netvoedingen dan aansluiten door een gekwalificeerd persoon.

Voor de stroom- en vermogensberekening aan de secundaire kant kun je verder rekenen met de wet van Ohm en de vermogen- en energiecalculator. Wil je de uitgangsspanning verder verlagen naar een logiekniveau, dan helpt een spanningsdeler (alleen voor lichte belasting).

Veelgestelde vragen

Hoe bereken ik de secundaire spanning van een trafo?
Vermenigvuldig de primaire spanning met de verhouding van de windingen: Vs = Vp · Ns/Np. Bij 230 V, 1000 primaire en 52 secundaire windingen is dat ongeveer 12 V.
Wat is de wikkelverhouding?
De verhouding tussen het aantal primaire en secundaire windingen, Np:Ns. Die is gelijk aan de spanningsverhouding Vp:Vs. Een verhouding van 19:1 verlaagt 230 V naar ongeveer 12 V.
Waarom stijgt de stroom als de spanning daalt?
Omdat een ideale transformator het vermogen behoudt: Vp·Ip = Vs·Is. Verlaagt de trafo de spanning, dan moet de stroom evenredig stijgen om hetzelfde vermogen door te geven.
Wat is een scheidingstransformator?
Een trafo met gelijk aantal primaire en secundaire windingen (verhouding 1:1). De spanning blijft gelijk, maar de secundaire kring is galvanisch gescheiden van het net, wat de veiligheid bij metingen verhoogt.
Klopt de berekende spanning exact in de praktijk?
Niet helemaal. De formule geldt voor een ideale trafo zonder verliezen. Door koper- en ijzerverlies en lekflux ligt de werkelijke secundaire spanning iets lager, vooral onder belasting. Reken de uitkomst als bovengrens.